Hoofdpagina
 
  Als huisdier
  Folklore
  Aktueel
  Links

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geschiedenis van de wasbeerhond

Zoveel weet ik van de serie "It's a Dog's Life", uitgezonden op Discovery Channel, maar corrigeeer me als ik onzin verkondig:
De eerste hondachtigen ontstonden op het Noord-Amerikaanse continent, zo'n veertig miljoen jaar geleden. Ze waren klein en laag, met een lange bek en een primitief soort rooftanden, geschikt om vlees van kadavers te scheuren. Kleine knagers, reptielen, amfibiën, vis, slakken, larven, wormen en insekten zullen, al naar gelang de omstandigheden, op het menu gestaan hebben.
Zo evolueerden ze her en der over het continent in, naar we moeten aannemen, een beperkt aantal soorten, afhankelijk van het leefmilieu. Dat gebeurde in betrekkelijke isolatie, totdat er zo'n zesmiljoen jaar geleden een landbrug ontstond tussen wat we nu Alaska en Siberië noemen. De meest noordelijke rassen, inclusief iets dat al verdacht veel leek op een wasbeerhond, maakten de oversteek en troffen een heel continent aan vol grote kadavers (mammoets bijvoorbeeeld, daar vreet je weken van met de hele familie) en kleine knagers, reptielen, amfibiën, vis, slakken, larven, wormen en insekten. Een buitenkansje.

Iedereen, behalve de wasbeerhond, ging hard op weg, en een miljoen jaar verovering en evolutie later hadden ze het hele continent ingepakt en zaten al hoog en breed in Afrika, zowel via Spanje als het Midden-Oosten. De oorspronkelijke kolonisten waren inmiddels geëvolueerd tot zo'n twintig soorten, waaronder de europese wolf.
Iedereen behalve de wasbeerhond, want Noord-Oost Siberië was, vond hij, zo slecht nog niet. Hij zakte nog wat af langs de kust, tot in Noord Korea en maakte zelfs de oversteek naar Japan, waar hij nog een tijdje op de eerste japanners moest wachten. Toen vond hij het welletjes: liever je aanpassen aan de extremen van het klimaat dan dat heilloze gezoek naar het beloofde land, en het moeizame geëvolueer dat ermee gepaard gaat. Een paar aanpassingen waren immers genoeg. Zo ontwikkelde hij maalkiezen die plantaardige aanvullingen op het dieet mogelijk maakten, een wintervacht waar een beer jaloers op zou zijn en zelfs het vermogen in wintersslaap te gaan, want het blijft tenslotte Siberië en soms kun je beter even wegtukken.
Zo werd hij geschikt voor ongeveer alles tussen 30 graden in de zomer en min 50 in de winter. Evolueren? Niet van harte, maar je kunt het haast niet vermijden met zoveel tijd. Er ontstaan 5 ondersoorten:

  • Nyctereutes procyonoides procyonoides
  • Nyctereutes procyonoides korweensis
  • Nyctereutes procyonoides orestes
  • Nyctereutes procyonoides ussuriensis
  • Nyctereutes procyonoides viverrinus

Tenminste enkele van deze namen suggereren een indeling naar geografische herkomst. Schiereilanden en zo. Wat precies de verschillen zijn weet ik niet, maar groot zullen ze niet zijn en langs de grenzen mengen de populaties waarschijnlijk.

De grootste slag sloeg de hond in de laatste helft van de vorige eeuw. Op een schaal van een kilometer is dat de laatste centimeter. In dat tijdsbestek veroverde hij heel Midden-Europa, beginnend met een paar duizend vrijgelaten exemplaren uit bontfokkerijen in de Oekraïne in de jaren dertig. Waar de russen ze precies vandaan gehaald hebben weet ik niet, maar als de ontsnapte exemplaren tot verschillende ondersoorten behoorden, dan zal dat inmiddels wel tot een soort Nyctereutes procyonoides europealis gemixt zijn. In Duitsland worden er jaarlijks weliswaar enkele duizenden afgeschoten, maar dat is minder dan de aantallen jonge dieren die verkeersslachtoffer worden, en de populatie blijft intussen gestaag groeien. Er zijn er daar nu ruimschoots genoeg om hem inheems te kunnen noemen, en of we dat nu willen of niet, in 1 à 2 decennia zal de wasbeerhond in nederland net zo algemeen voorkomen als de vos.

Het witte gen zit waarsschijnlijk in alle ondersoorten, maar alleen in het meest noordelijke deel van het verspreidingsgebied, ijsbeerterritorium zeg maar, kan zoiets succes hebben. Natuurlijk waren er ook nog geen ijsberen - die kwamen zelfs pas na ons. In het begin waren er nog geen beren ook: wasbeerhonden waren ook getuige van hun komst, zo'n vier miljoen jaar geleden.